Je bent een gedreven (startende) social worker en je komt op jouw werkplek veel in aanraking met casussen waarin sprake is van huiselijk geweld. Je vindt het werken met deze problematiek super interessant. Je had gedacht dat dit niet moeilijker zou zijn dan een casus waarbij het gaat om schulden. Maar gaandeweg kom je erachter dat dit geen 'appeltje - eitje' problemen zijn en dit toch echt om een andere manier van hulpverlenen vraagt. 

 

Herken je dit? 

- Na de zoveelste draai volgt een diepe zucht...Je kunt maar niet slapen. In gedachte keer je steeds terug naar dat moment vanmiddag toen een cliënt aan jou vertelde dat ze gisteren weer door haar man geslagen is. Hij heeft haar uit huis gezet en ze mag niet meer van hem terugkomen. Mevrouw kijkt je aan en vraagt of jij dit voor haar op kan lossen. Je belt eerst met meneer om tot een oplossing te komen. Meneer weigert om samen tot een oplossing te komen. "Ze moet wegblijven." zegt hij. Vervolgens bel je wat heen en weer naar andere organisaties om te kijken of er een vorm van opvang is. Dit is voorlopig niet mogelijk. Mevrouw heeft verder geen netwerk en geen geld en kan dus nergens heen. Shit, wat nu? Je voelt de druk op je borst en in gedachten ga je alle scenario's af, maar een oplossing heb je niet. Met een onmachtig gevoel vertel je mevrouw dat je niet gelijk een oplossing hebt voor haar probleem. "Wat zie ik over het hoofd?" maalt er door je hoofd. 

 

- Iedere dag heb je te dealen met mensen met heftige en wispelturige emoties. Hierdoor zijn ze de ene keer lief en aardig en de andere keer doen ze heel lelijk tegen je. Omdat jij de professional bent verwacht je van jezelf dat je hier goed mee om kunt gaan, maar de realiteit is dat je je vaak getriggerd voelt door het gedrag van de ander. Je voelt je vaak gefrustreerd in het contact met je cliënten en de energie lekt in een rap tempo uit je lijf. "Dit is toch niet waar ik voor gekozen heb?!" 

 

- Ondanks al je goedbedoelde adviezen heb je vaak te maken met cliënten die er toch voor kiezen om terug te gaan naar hun gewelddadige partner. En dat terwijl je al zoveel voor ze hebt geregeld en hebt gedaan. Je begrijpt ook gewoonweg niet waarom cliënten teruggaan naar hun partner, nadat ze zoveel pijn is aangedaan. 

Je cliënt vertelt dat ze haar partner mist en dat hij haar dit keer echt beloofd heeft om haar geen pijn meer te doen. Hij houdt van haar. Je hebt het je cliënten zo vaak op hun hart hebt gedrukt dat het, voor hun eigen veiligheid én die van de kinderen, beter is als ze dat niet doen. Je betrekt hun terugkeer heel erg op jezelf en je vraagt je af waarom het jou niet lukt om ze een ander besluit te laten nemen? 

 

- In de casussen waarin ook kinderen betrokken zijn kan je niet anders dan dat je moet werken met beide partners. Het slachtoffer verwacht dat je in zijn/haar kamp zit en je betrapt jezelf erop dat je de neiging hebt om hierin mee te gaan. De andere partner merkt dat op en geeft aan weinig vertrouwen in jouw goede bedoelingen te hebben. Je vindt dit heel vervelend, omdat je weet dat dit niet de manier is waarop je goed met allebei de partners kunt samenwerken. Je bent immers van mening dat kinderen altijd het recht op omgang met beide ouders hebben. Tegelijk weet je niet zo goed hoe je nou echt onpartijdig kunt blijven. 

 

- Het komt voor dat je met meerdere hulpverleners van verschillende organisaties samenwerkt in hetzelfde gezin. Er wordt door de andere hulpverleners een grote druk op jouw cliënt gelegd. Jouw cliënt moet aan allerlei voorwaarden voldoen en meewerken aan de hulpverlening op de manier die de andere hulpverleners graag zien. Je merkt dat jij, als hulpverlener van jouw cliënt, weinig bij het maken van de besluiten betrokken wordt. Zowel jij als moeder ervaren het contact met de andere hulpverleners als lastig en ingewikkeld. 

Maar jij bent wel degene die zeer geregeld met moeder en ziet dat zij hierin overvraagd wordt. Voor je gevoel klopt het niet. Eigenlijk zou je dit willen zeggen tegen de andere hulpverleners, maar je ziet hier hier tegenop, omdat je je daar niet zeker genoeg in voelt. 

 

Voor je gevoel is het nu '5 voor 12'. Nog even en je gooit de handdoek in de ring en je gaat op zoek naar ander werk of een andere doelgroep. Je voelt je moe, leeg en onzeker. Het huilen staat je nader dan het lachen. "Als dit het is, laat dan maar!" En dat terwijl jij het bieden van goede hulpverlening bij huiselijk geweld juist zo belangrijk en interessant vindt om te doen! 

Collega, als je hier niets aan doet dan schiet je op een gegeven moment als hulpverlener tekort. Dan zal je maar blijven doormodderen en hebben je cliënten op een gegeven moment niets meer aan je. En dat terwijl je in basis een kei van een hulpverlener bent. En dat is zo ontzettend zonde...